|

|
Paralight Ammunition is de naam van een munitieproject die door VBR-Gundevelopment uitgewerkt werd. Paralight Ammunition is een volledig nieuwe projectiel technologie die beschikt over verschillende toepassingsmogelijkheden.
|
Visie over toekomstig kogelgebruik afhankelijk van het niveau van kogelvrije vesten.

Vlaanderen (Noordkant van België).
In de begin jaren ’90 startte een Vlaamse technieker een wapenontwikkelingsprogramma op om zijn activiteiten uit te breiden naar de defensie sector. Gedurende die tijd waren kogelvrije vesten in volle opmars om een standaard uitrusting te worden voor de hedendaagse soldaat. Hypotheses werden gemaakt over het beschermingsniveau van de toekomstige standaard kogelvrije vesten. Eén hypothese was gebasserd op de veronderstelling dat de goedkope tweedehandse AK 47 Kalashnikov’s verspreid zullen worden over de gehele wereld samen met hun oud 7.62x39 munitie met zachte kogelpunten. De meest logische conclussie was dan ook dat de toekomstige standaard kogelvrije vest moet in staat zijn om de zachte kogelpunten van het Russische 7.62x39 patroon te stoppen. Dit type van kogelvrije vest is tegenwoordig gekend als Klasse III kogelbescherming.
Om met een pistool een Klasse III kogelbescherming te doorboren was er een speciale projectieltechnologie nodig. De ontwikkeling van een nieuw patroon werd gestart in een speciaal krachtig .45 kaliber (11.48 mm).

Het eerste prototype bestemd voor de Paralight Ammunitie technologie.
De NAVO en CRISAT.
Ondertussen was de NAVO-staf ook al bezorgt geraakt over de evoluties in de toekomstige kogelvrije vesten en zij starten het programma op Collaborative Research Into Small Arms Technology. In tegenstelling tot het Vlaamse onderzoekingsprogramma, die gebasserd was op de noden van de toekomstige soldaat, was het NAVO CRISAT programma gebasserd op de verwachte soort van standaard kogelvrije vesten die het Warsaw Pact in de toekomst zou hebben. Men veronderstelde 1.6 mm titanium en 20 lagen Kevlar.
Om het Vlaamse onderzoekingsprogramma naar een industrieel niveau te brengen , werden de ontwikkelingen gestart om de nieuwe technologie te gebruiken in een lichter kaliber met het doel om CRISAT kogelvrije vesten te doorboren. Het technisch oogpunt was om de hoge geconcentreerde energie van een lange/dunne penetrator te gebruiken in het standaard 9x19 mm Parabellum kaliber. Om voor de penetrator de maximum snelheid te bereiken hebben we een speciale accelerator of sabot gebruikt. Het gewicht van het samengestelde projectiel was stukken lager als dat van de gebruikelijke kogelpunten.
|


|
Pistool model :
VBR - Millennium .45 (2000)
Cal. 11.46 x 27 mm.
Hoefdoel van de Millennium .45 was een zo krachtig mogelijk patroon te onwikkelen voor een pistool met een 13 schots magazijn in een speciaal .45 kaliber.
Hierbij diende er rekening gehouden te worden dat alle afmetingen een aanvaardbaar praktisch gebruik moeten toelaten.
Dit patroon en wapen zou de basis worden voor een nieuw soort pantserborende munitie.
Echter dit patroon was veel te krachtig om te voldoen aan de vraag van de markt.
Dezelfde projectieltechnologie werd uitgewerkt in het kaliber 9x19 Parabellum. De eerst pantserborend kogelpunten hadden een zeer laag kogelgewicht en een vrij hoge snelheid. Dit project met zeer lichte kogelpunten in het 9x19 mm Parabellum kaliber werd
Paralight Ammunition genoemd.
|
De eerste generatie Paralight Ammunition.
|
Kal. 9x19 AP 5.7

Kogelpunten .45 AP 6 mm
|
De eerste reeksen Paralight Ammunition patronen werden in het kaliber 9x19 AP 5.7 gemaakt.

Ook werd de mogelijkheid onderzocht om dezelfde technologie toe te passen in het .45 Auto kaliber.

|
Gepatenteerde technologie.
|

|
Deze technologie is beschermd door het Belgisch octrooi BE 1015378 onder de naam "Licht pantserborende munitie voor persoonlijke verdedigingswapens" en staat op naam van Rik Van Bruaene.
Het projectiel bevat een:
- Penetrator (gehard staal)
- Sabot (accelerator) vol metaal of opgevuld met een kunststof.
Typische eigenschap: Het projectiel bijft in één stuk tijdens de vlucht.
|
Typische impact van de eerste generatie projectielen.

Bij impact op een CRISAT kogelwerende vest boort enkel de penetrator door de kogelvrije vest. De accelerator (sabot) blijft achter in de kogelvrije vest. Het permanent wondkanaal is vergelijkbaar met dat van een klein kaliber PDW patroon. Het principe van een dunne/lange penetrator werd gekozen vooral omdat deze soort penetrators het maximum boorvermogen afleveren (grote enegie concentratie op klein oppervlak)
 |
Life test.
Gedurende een life test heeft deze penetrator vanop 10 meter eerst 1.6 mm titanium en 20 lagen Kevlar doorboord. Daarna heeft deze penetrator zich 360 mm (14") diep in gecalibreerde gelatine geboord.
|
Penetrator/ sabot afscheiding op een onbeschermd doel.

|

|
Doordat de penetrator en accelerator/sabot van elkaar kunnen afscheiden bij impact op een grote weerstand, kan zich deze afscheiding ook voordoen door de grotere weerstand van de huid en de ribben bij een onbeschermd doel.
De afscheiding :
- verdubbeld de mogelijkheid om vitale organen te treffen.
- vergroot de inhoud van het permanent wondkanaal.
|
De eigenschap om te splitsen in twee delen en daardoor de stopkracht van het projectiel te vergroten werd ook uitgewerkt in een bepaald soort penetrators
 |
.
Verschillende vormen van fragmentatie kunnen voorkomen bij dit type penetrators.
|
|
|
Deze vorm van een gecontroleerde 2-delige fragmentatie werd uitgewerkt in verschillende andere types van projectielen, waaronder in de nieuwste 7.92 C2FC projectielen.
Dit is een gecontroleerde fragmentatie in 2-delen zonder de aanwezigheid van kleine losse fragmenten.
|

Echter het diep boorvermogen van de dunnen/lange penetrators en de eigenschap om door afscheiding de stopkracht te vergroten werd door een aantal militaire experts als een nadeel beschouwd voor een rol als militair patroon.
Hierdoor werd een nieuw soort projectielen ontwikkeld die meer geschikt is voor een militaire rol.
- Beperking boorvermogen.
- Penetratie met een groter subkaliber (grotere diameter / kleiner boorvermogen).
- Beperking stopkracht.
- Geen separatie van projectielonderdelen in het slachtoffer (kritiek Conventie van Geneve)
De tweede generatie Paralight Ammunition.
|


|
De tweede generatie Paralight Ammunition projectielen beschikt over een grotere penetratorkop. Dit 9AP7 projectiel kan enkel afscheiden op de weerstand van een 3 mm dikke titanium plaat. Op onbeschermde doelen kunnen de penetrator en de sabot niet afscheiden.
De penetratorkop van dit projectiel heeft een diameter van 8.6 mm. Deze grote penetratorkop verhinderd de afscheiding van de sabot zelfs bij het doorboren van een 3 mm dikke titanium plaat.
De grotere diameters van het projectiel beperken het boorvermogen maar vergroten de inhoud van het permanent woundkanaal.
|
Doordat de penetrator/sabot niet van alkaar schuiven blijft het projectiel in één stuk en beschikt het over het volgende typische impact gedrag.
1) Impact volledig projectiel
2) Volledig projectiel tuimelt tot 90°
3) Langzaam kont het projectiel weer recht.
4) Boort met eindenergie mog verder met de punt vooruit.

De inhoud van het permanent wound kanaal van dit 9AP8.6 projectiel is een van de grootste in zijn soort.
Ondertussen is de Paralight Ammunition technologie uitgebreid tot verschillend kalibers en verschillende modellen.
Terug naar Home pagina Nederlands